waarde op lange termijn
Congestie in uw regio
Het elektriciteitsnet in België zit op veel plekken bijna vol. Steeds meer warmtepompen, laadpalen voor elektrische auto's en zonnepanelen vragen plaats op een net dat lang geleden gebouwd is voor véél minder verbruik. Op deze pagina ziet u waar het knelt — per kopstation (dat is de plek waar het hoogspanningsnet overgaat naar uw straat). Typ uw postcode rechts onderaan op de kaart en zoom in op uw eigen regio.
Hoe goed benutten we het net?
Stel u een snelweg voor die tijdens de spits drie uur lang vastloopt, en de rest van de dag bijna leeg is. Diezelfde weg kan eigenlijk veel meer auto's aan — als we het verkeer maar beter spreiden in de tijd. Het elektriciteitsnet werkt vandaag precies zo.
De load factor meet hoe goed we het net gebruiken. Bij 30 % staat het kopstation maar 30 % van de tijd écht onder druk; de andere 70 % staat het bijna te wachten. Bij 80 % draait het bijna constant. Hoe lager het cijfer, hoe meer ruimte op het net er verloren gaat — en hoe meer een batterij of slimme sturing kan helpen.
Hoeveel kan flex oplossen?
Een lage load factor betekent dat er korte pieken zijn die het net belasten, met veel rustige uren ertussen. Peakiness meet hoe scherp die pieken zijn. Hoe scherper de pieken, hoe meer er te winnen valt door ze af te vlakken.
Een batterij die oplaadt als het rustig is en levert tijdens de pieken kan de load factor van een kopstation moeiteloos van 30 % naar 60 % brengen. Geen extra kabels in de grond, geen geld van de overheid — alleen privé hardware, data en goede sturing. Met andere woorden: data en sturing verdubbelen de waarde van het bestaande netwerk.
§1Voorbeelden van klanten
Wat voor klant er achter een kopstation zit, maakt een groot verschil. Een fabriek die 24 uur per dag draait, gebruikt het station heel gelijkmatig. Een woonwijk piekt twee keer per dag — 's morgens en 's avonds. Hieronder ziet u de typische cijfers voor zeven soorten klanten.
Wat zie ik?
Zeven typische klantentypes — van een gewone woning tot een zware fabriek — elk met hun typische gegevens: hoe vol ze het net houden doorheen het jaar (load factor), hoe sterk hun pieken op hetzelfde moment vallen (diversiteitsfactor), hoe scherp die pieken zijn (piek t.o.v. gemiddelde) en hoeveel stroom ze typisch per jaar verbruiken.
Waarom is dit relevant?
Wat voor klanten er achter een kopstation zitten, bepaalt grotendeels hoe vol dat station staat doorheen het jaar. Een industrieterrein dat dag en nacht draait gedraagt zich helemaal anders dan een nieuwe woonwijk. Hetzelfde kopstation kan dus voor de ene klant ruim genoeg zijn, en voor de andere bijna vol.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Kijk maar naar het profiel van uw klanten. In een woonwijk wordt het net amper 25 % van de tijd écht intensief gebruikt. Dat betekent dat er enorm veel ongebruikte ruimte op het net zit — ruimte die we met slimme flex kunnen ontsluiten, zonder dat er een nieuwe kabel of transformator bij hoeft."
| Archetype | Load factor | Piek / Gem. | Vollasturen | Typische sites |
|---|
§2Stel uw kopstation samen
Schuif hieronder de balken om de mix van klanten op uw kopstation in te stellen. De cijfers rechts berekenen meteen hoe vol het station gemiddeld zal staan en hoe groot het verschil is tussen piek en gemiddelde.
Wat zie ik?
Zeven schuifbalken — één per klantentype uit §1 — die samen 100 % van de energie achter het kopstation vormen. Rechts berekent de tool vier resultaten: effectieve load factor (hoe vol het net gemiddeld staat), piek t.o.v. gemiddelde (hoe groot het verschil tussen piek en rustige uren), vollasturen per jaar (op hoeveel uur per jaar het station op zijn maximum zou draaien als het altijd op maximum stond) en flex-marge tot piek (hoeveel ruimte er nog is tussen gemiddelde en piek).
Waarom is dit relevant?
Geen twee kopstations zijn gelijk. Door de echte mix achter een bepaald kopstation in te stellen, krijgt u een realistisch beeld van wat daar gebeurt. Een dorp op het platteland is heel iets anders dan een industrieterrein — en de tool laat dat verschil in vier getallen zien.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Laat ons samen uw mix samenstellen. Het verschil tussen een pure woonwijk en een fabriekswijk is dramatisch — load factor van 25 % versus 85 %. Daar zit de hele Belgische congestiediscussie samengevat: in woonwijken is de waarde van flex het grootst. Hoe lager de load factor, hoe groter de business case voor flex."
§3Hoe ziet de belasting eruit door het jaar?
Een jaar telt 8.760 uur. Deze grafiek toont voor hoeveel uren per jaar het station op welk deel van zijn maximum draait. Een vlakke curve betekent: het station staat het hele jaar door ongeveer even vol. Een steile curve betekent: het station heeft korte pieken, met daartussen veel uren waarop er bijna niets gebeurt.
Wat zie ik?
Een load duration curve — alle 8.760 uren van het jaar gesorteerd van de drukste tot de rustigste. Uw eigen mix uit §2 staat dik getekend; de zeven pure klantentypes uit §1 staan ernaast als dunne lijnen, ter vergelijking.
Waarom is dit relevant?
De vorm van de curve vertelt meteen waar flex zinvol is. Een steil dalende curve betekent: enkele honderden uren echte piek, en de rest van het jaar veel rust. Een vlakke curve betekent dat het verbruik altijd ongeveer hetzelfde blijft — daar valt met flex weinig te winnen. Dit is het krachtigste visuele argument om uit te leggen wat flex doet.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Kijk eens naar deze curve. De bovenste 5 % van de uren — zowat 400 uur per jaar — bepalen waarom we het net moeten verzwaren. Als we die paar honderd piekuren kunnen opvangen met een batterij, slim laden of slimme sturing van een warmtepomp, dan ontsluiten we de andere 8.360 uren capaciteit. Dat is de hefboom waar het over gaat: enkele procenten flex op de juiste uren ontsluit een groot deel van het bestaande netwerk."
§4De kaart van België — uw regio
Elke stip op de kaart is een echt kopstation van Elia. In de modus Congestie (de standaard) ziet u hoe goed elk station vandaag gebruikt wordt. Een rode pulserende rand wijst de stations aan met een load factor onder 50 % — daar wordt het bestaande netwerk slecht benut, en kan slimme flex de bruikbare capaciteit verdubbelen, zonder extra kabels. In de modus Onthaalcapaciteit ziet u hoeveel megawatt er nog vrij is per soort gebruik (afname, productie, zon, wind, batterij). Sleep om te schuiven, scroll om in te zoomen, of typ rechts uw postcode in.
Wat zie ik?
Een geografische kaart van België met alle Elia-kopstations als stippen. Twee modes:
- Congestie (standaard): kleur toont de load factor (rood = onderbenut en knellend, groen = comfortabel). De grootte van de stip toont de peakiness (hoeveel winst er met flex te halen valt). Rode pulserende randen wijzen de stations aan met load factor onder 50 %.
- Onthaalcapaciteit: kleur toont hoeveel megawatt er nog vrij is voor een gekozen soort gebruik (afname, productie, zon, wind, batterij).
Linksonder zit een postcode-vak ("Uw regio"). Daar typt u een Belgische postcode en de kaart zoomt in op een straal van ±20 km rond die plaats. De slider Load factor springt dan automatisch naar 50 % — zo ziet u meteen alleen de stations die in uw regio onder druk staan.
Waarom is dit relevant?
Congestie is geen abstract probleem — het speelt zich af per kopstation, per regio, anders. De kaart vertaalt het concept naar de fysieke werkelijkheid van uw klant. Door op uw eigen postcode in te zoomen wordt het verhaal tastbaar: dít zijn de kopstations achter úw klanten, en dít is wat er daar nu en in 2031 staat te gebeuren.
De flex-chips rechts laten meteen zien hoeveel flex er nodig is om die regionale congestie weg te werken. Geen abstractie meer, maar een concreet getal in MVA voor de zichtbare regio.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Laat ons even uw eigen regio bekijken. Typ uw postcode in… kijk, dit zijn de kopstations rond uw gemeente. Die rode pulserende stippen zijn vandaag al onder druk. Verschuif ik nu het jaar naar 2031 — daar, het wordt nog scherper, want elektrificatie versnelt."
"Maar kijk wat er gebeurt als ik flex op 20 % zet — bijna alle rode randen verdwijnen. Dat is exact wat data en sturing achter de meter doen: ze verdubbelen de waarde van het bestaande net, zonder dat er één meter koper in de grond bij hoeft. En zoals u rechts ziet — voor uw regio gaat het concreet om [zoveel] MVA flex die we samen kunnen ontsluiten. Dat is geen toekomstmuziek, dat kan vandaag al."
"En dat MVA-getal rechts is meer dan 'wat we vandaag al ontsluiten' — het is een aanwijzing dat er in deze regio nog véél meer flex nodig zal zijn om de lokale druk op het net écht weg te werken. Zolang die behoefte niet ingevuld is, heeft uw flex hier extra lokale waarde — bovenop wat u nu al verdient op spotmarkt-volatiliteit en flex-diensten. Concreet: zelfs als die nationale volatiliteit ooit zou oplossen — wat allesbehalve zeker is — blijft uw investering hier lokaal een sterke waarde behouden. Dat is een inkomstenstroom die dubbel verzekerd is: nationaal én lokaal."
Tik uw postcode in en klik op Zoom. De kaart pant in op uw regio (±20 km) en filtert meteen op kopstations met load factor onder 50 %.
U ziet welke stations rood pulserend zijn — daar zit congestie.
Schuif vervolgens rechts flex van 0 % naar 20 % en kijk hoe de blinkende randen verdwijnen. Dat is bestaande infrastructuur die met sturing beter wordt benut, zonder netverzwaring.
Hoe groter dit getal, hoe meer netcapaciteit hier vrijkomt zonder kabelverzwaring, en hoe groter de lokale waarde van een flex-investering.
Load factor: hoe goed gebruiken we het net?
De kleur van elke stip toont hoe gelijkmatig dat kopstation vandaag belast wordt. Rood en pulserend onder 50 %: het station heeft korte momenten van overbelasting, maar staat het grootste deel van de tijd grotendeels stil. Dat is geen reden om méér kabels te leggen — dat is een teken dat we de bestaande capaciteit slimmer kunnen benutten.
Met flex achter de meter — batterijen, slim laden, sturing van warmtepompen of PV-omvormers — vlakken we de piekuren af. Een station dat vandaag op LF 30 % draait, kan moeiteloos naar 60 %. Dat is een verdubbeling van de bruikbare netwerkcapaciteit zonder één extra meter kabel in de grond.
Regionale congestie door een onderbenut netwerk is geen rem op groei meer — niet als we data en sturing aan het systeem toevoegen.
Peakiness: hoe groot is de winst?
De grootte van elke stip toont hoeveel extra ruimte er beschikbaar komt door flex. Kleine stip = vlak profiel, weinig te winnen. Grote stip = scherpe pieken in het verbruik, veel ruimte vrij te maken via slimme sturing.
De ideale combinatie: rood (onderbenut net) én groot (veel pieken om af te vlakken). Daar leveren batterij, data en sturing samen de grootste hefboom — typisch een verdubbeling van de aansluitbare capaciteit binnen één jaar, zonder publieke netverzwaring.
Private oplossingen achter de meter laten samenwerken met het lokale net maakt groei en ontwikkeling mogelijk — zonder dat er nog meer publieke middelen in de grond hoeven.
Uw flex gaat u in de eerste vier jaar vooral nationaal verdienen door de volatiliteit op de spotmarkten en onbalansmarkten.
Na 1 tot 2 jaar komen daar lokale flexdiensten bij om lokale volatiliteit op te vangen.
Nadien groeit de waarde zeer lokaal door de verdubbeling van de netkosten én de variatie van de netkosten in functie van lokale netbelasting.
De Belgische regelgever bereidt deze volgende stap actief voor. In de huidige tariefmethodologie 2025–2028 ligt het kader vast waarop de tariefstructuur voor 2029 verder zal bouwen: hogere netkosten én nettarieven die zullen variëren met de lokale netbelasting. Vanaf dan wordt elk kopstation op deze kaart een aparte markt, waar uw batterij of laadpaal direct geld waard wordt.
Wie nu posities inneemt — een batterij op een rood kopstation, een laadinfrastructuur die op de juiste uren laadt, een omvormer die actief stuurt — bouwt aan een dubbele inkomstenstroom: nationaal op de spotmarkt + lokaal op de netbelasting.
→ Tariefmethodologie 2025–2028 (BESL-2024-41) → Publieke consultatie tariefmethodologie (CONS-2024-02)
Congestie in uw regio
Het elektriciteitsnet in België zit op veel plekken bijna vol. Steeds meer warmtepompen, laadpalen voor elektrische auto's en zonnepanelen vragen plaats op een net dat lang geleden gebouwd is voor véél minder verbruik. Op deze pagina ziet u waar het knelt — per kopstation (dat is de plek waar het hoogspanningsnet overgaat naar uw straat). Typ uw postcode rechts onderaan op de kaart en zoom in op uw eigen regio.
Hoe goed benutten we het net?
Stel u een snelweg voor die tijdens de spits drie uur lang vastloopt, en de rest van de dag bijna leeg is. Diezelfde weg kan eigenlijk veel meer auto's aan — als we het verkeer maar beter spreiden in de tijd. Het elektriciteitsnet werkt vandaag precies zo.
De load factor meet hoe goed we het net gebruiken. Bij 30 % staat het kopstation maar 30 % van de tijd écht onder druk; de andere 70 % staat het bijna te wachten. Bij 80 % draait het bijna constant. Hoe lager het cijfer, hoe meer ruimte op het net er verloren gaat — en hoe meer een batterij of slimme sturing kan helpen.
Hoeveel kan flex oplossen?
Een lage load factor betekent dat er korte pieken zijn die het net belasten, met veel rustige uren ertussen. Peakiness meet hoe scherp die pieken zijn. Hoe scherper de pieken, hoe meer er te winnen valt door ze af te vlakken.
Een batterij die oplaadt als het rustig is en levert tijdens de pieken kan de load factor van een kopstation moeiteloos van 30 % naar 60 % brengen. Geen extra kabels in de grond, geen geld van de overheid — alleen privé hardware, data en goede sturing. Met andere woorden: data en sturing verdubbelen de waarde van het bestaande netwerk.
§1Voorbeelden van klanten
Wat voor klant er achter een kopstation zit, maakt een groot verschil. Een fabriek die 24 uur per dag draait, gebruikt het station heel gelijkmatig. Een woonwijk piekt twee keer per dag — 's morgens en 's avonds. Hieronder ziet u de typische cijfers voor zeven soorten klanten.
Wat zie ik?
Zeven typische klantentypes — van een gewone woning tot een zware fabriek — elk met hun typische gegevens: hoe vol ze het net houden doorheen het jaar (load factor), hoe sterk hun pieken op hetzelfde moment vallen (diversiteitsfactor), hoe scherp die pieken zijn (piek t.o.v. gemiddelde) en hoeveel stroom ze typisch per jaar verbruiken.
Waarom is dit relevant?
Wat voor klanten er achter een kopstation zitten, bepaalt grotendeels hoe vol dat station staat doorheen het jaar. Een industrieterrein dat dag en nacht draait gedraagt zich helemaal anders dan een nieuwe woonwijk. Hetzelfde kopstation kan dus voor de ene klant ruim genoeg zijn, en voor de andere bijna vol.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Kijk maar naar het profiel van uw klanten. In een woonwijk wordt het net amper 25 % van de tijd écht intensief gebruikt. Dat betekent dat er enorm veel ongebruikte ruimte op het net zit — ruimte die we met slimme flex kunnen ontsluiten, zonder dat er een nieuwe kabel of transformator bij hoeft."
| Archetype | Load factor | Piek / Gem. | Vollasturen | Typische sites |
|---|
§2Stel uw kopstation samen
Schuif hieronder de balken om de mix van klanten op uw kopstation in te stellen. De cijfers rechts berekenen meteen hoe vol het station gemiddeld zal staan en hoe groot het verschil is tussen piek en gemiddelde.
Wat zie ik?
Zeven schuifbalken — één per klantentype uit §1 — die samen 100 % van de energie achter het kopstation vormen. Rechts berekent de tool vier resultaten: effectieve load factor (hoe vol het net gemiddeld staat), piek t.o.v. gemiddelde (hoe groot het verschil tussen piek en rustige uren), vollasturen per jaar (op hoeveel uur per jaar het station op zijn maximum zou draaien als het altijd op maximum stond) en flex-marge tot piek (hoeveel ruimte er nog is tussen gemiddelde en piek).
Waarom is dit relevant?
Geen twee kopstations zijn gelijk. Door de echte mix achter een bepaald kopstation in te stellen, krijgt u een realistisch beeld van wat daar gebeurt. Een dorp op het platteland is heel iets anders dan een industrieterrein — en de tool laat dat verschil in vier getallen zien.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Laat ons samen uw mix samenstellen. Het verschil tussen een pure woonwijk en een fabriekswijk is dramatisch — load factor van 25 % versus 85 %. Daar zit de hele Belgische congestiediscussie samengevat: in woonwijken is de waarde van flex het grootst. Hoe lager de load factor, hoe groter de business case voor flex."
§3Hoe ziet de belasting eruit door het jaar?
Een jaar telt 8.760 uur. Deze grafiek toont voor hoeveel uren per jaar het station op welk deel van zijn maximum draait. Een vlakke curve betekent: het station staat het hele jaar door ongeveer even vol. Een steile curve betekent: het station heeft korte pieken, met daartussen veel uren waarop er bijna niets gebeurt.
Wat zie ik?
Een load duration curve — alle 8.760 uren van het jaar gesorteerd van de drukste tot de rustigste. Uw eigen mix uit §2 staat dik getekend; de zeven pure klantentypes uit §1 staan ernaast als dunne lijnen, ter vergelijking.
Waarom is dit relevant?
De vorm van de curve vertelt meteen waar flex zinvol is. Een steil dalende curve betekent: enkele honderden uren echte piek, en de rest van het jaar veel rust. Een vlakke curve betekent dat het verbruik altijd ongeveer hetzelfde blijft — daar valt met flex weinig te winnen. Dit is het krachtigste visuele argument om uit te leggen wat flex doet.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Kijk eens naar deze curve. De bovenste 5 % van de uren — zowat 400 uur per jaar — bepalen waarom we het net moeten verzwaren. Als we die paar honderd piekuren kunnen opvangen met een batterij, slim laden of slimme sturing van een warmtepomp, dan ontsluiten we de andere 8.360 uren capaciteit. Dat is de hefboom waar het over gaat: enkele procenten flex op de juiste uren ontsluit een groot deel van het bestaande netwerk."
§4De kaart van België — uw regio
Elke stip op de kaart is een echt kopstation van Elia. In de modus Congestie (de standaard) ziet u hoe goed elk station vandaag gebruikt wordt. Een rode pulserende rand wijst de stations aan met een load factor onder 50 % — daar wordt het bestaande netwerk slecht benut, en kan slimme flex de bruikbare capaciteit verdubbelen, zonder extra kabels. In de modus Onthaalcapaciteit ziet u hoeveel megawatt er nog vrij is per soort gebruik (afname, productie, zon, wind, batterij). Sleep om te schuiven, scroll om in te zoomen, of typ rechts uw postcode in.
Wat zie ik?
Een geografische kaart van België met alle Elia-kopstations als stippen. Twee modes:
- Congestie (standaard): kleur toont de load factor (rood = onderbenut en knellend, groen = comfortabel). De grootte van de stip toont de peakiness (hoeveel winst er met flex te halen valt). Rode pulserende randen wijzen de stations aan met load factor onder 50 %.
- Onthaalcapaciteit: kleur toont hoeveel megawatt er nog vrij is voor een gekozen soort gebruik (afname, productie, zon, wind, batterij).
Linksonder zit een postcode-vak ("Uw regio"). Daar typt u een Belgische postcode en de kaart zoomt in op een straal van ±20 km rond die plaats. De slider Load factor springt dan automatisch naar 50 % — zo ziet u meteen alleen de stations die in uw regio onder druk staan.
Waarom is dit relevant?
Congestie is geen abstract probleem — het speelt zich af per kopstation, per regio, anders. De kaart vertaalt het concept naar de fysieke werkelijkheid van uw klant. Door op uw eigen postcode in te zoomen wordt het verhaal tastbaar: dít zijn de kopstations achter úw klanten, en dít is wat er daar nu en in 2031 staat te gebeuren.
De flex-chips rechts laten meteen zien hoeveel flex er nodig is om die regionale congestie weg te werken. Geen abstractie meer, maar een concreet getal in MVA voor de zichtbare regio.
Wat kan ik de klant hierbij vertellen?
"Laat ons even uw eigen regio bekijken. Typ uw postcode in… kijk, dit zijn de kopstations rond uw gemeente. Die rode pulserende stippen zijn vandaag al onder druk. Verschuif ik nu het jaar naar 2031 — daar, het wordt nog scherper, want elektrificatie versnelt."
"Maar kijk wat er gebeurt als ik flex op 20 % zet — bijna alle rode randen verdwijnen. Dat is exact wat data en sturing achter de meter doen: ze verdubbelen de waarde van het bestaande net, zonder dat er één meter koper in de grond bij hoeft. En zoals u rechts ziet — voor uw regio gaat het concreet om [zoveel] MVA flex die we samen kunnen ontsluiten. Dat is geen toekomstmuziek, dat kan vandaag al."
"En dat MVA-getal rechts is meer dan 'wat we vandaag al ontsluiten' — het is een aanwijzing dat er in deze regio nog véél meer flex nodig zal zijn om de lokale druk op het net écht weg te werken. Zolang die behoefte niet ingevuld is, heeft uw flex hier extra lokale waarde — bovenop wat u nu al verdient op spotmarkt-volatiliteit en flex-diensten. Concreet: zelfs als die nationale volatiliteit ooit zou oplossen — wat allesbehalve zeker is — blijft uw investering hier lokaal een sterke waarde behouden. Dat is een inkomstenstroom die dubbel verzekerd is: nationaal én lokaal."
Tik uw postcode in en klik op Zoom. De kaart pant in op uw regio (±20 km) en filtert meteen op kopstations met load factor onder 50 %.
U ziet welke stations rood pulserend zijn — daar zit congestie.
Schuif vervolgens rechts flex van 0 % naar 20 % en kijk hoe de blinkende randen verdwijnen. Dat is bestaande infrastructuur die met sturing beter wordt benut, zonder netverzwaring.
Hoe groter dit getal, hoe meer netcapaciteit hier vrijkomt zonder kabelverzwaring, en hoe groter de lokale waarde van een flex-investering.
Load factor: hoe goed gebruiken we het net?
De kleur van elke stip toont hoe gelijkmatig dat kopstation vandaag belast wordt. Rood en pulserend onder 50 %: het station heeft korte momenten van overbelasting, maar staat het grootste deel van de tijd grotendeels stil. Dat is geen reden om méér kabels te leggen — dat is een teken dat we de bestaande capaciteit slimmer kunnen benutten.
Met flex achter de meter — batterijen, slim laden, sturing van warmtepompen of PV-omvormers — vlakken we de piekuren af. Een station dat vandaag op LF 30 % draait, kan moeiteloos naar 60 %. Dat is een verdubbeling van de bruikbare netwerkcapaciteit zonder één extra meter kabel in de grond.
Regionale congestie door een onderbenut netwerk is geen rem op groei meer — niet als we data en sturing aan het systeem toevoegen.
Peakiness: hoe groot is de winst?
De grootte van elke stip toont hoeveel extra ruimte er beschikbaar komt door flex. Kleine stip = vlak profiel, weinig te winnen. Grote stip = scherpe pieken in het verbruik, veel ruimte vrij te maken via slimme sturing.
De ideale combinatie: rood (onderbenut net) én groot (veel pieken om af te vlakken). Daar leveren batterij, data en sturing samen de grootste hefboom — typisch een verdubbeling van de aansluitbare capaciteit binnen één jaar, zonder publieke netverzwaring.
Private oplossingen achter de meter laten samenwerken met het lokale net maakt groei en ontwikkeling mogelijk — zonder dat er nog meer publieke middelen in de grond hoeven.
Uw flex gaat u in de eerste vier jaar vooral nationaal verdienen door de volatiliteit op de spotmarkten en onbalansmarkten.
Na 1 tot 2 jaar komen daar lokale flexdiensten bij om lokale volatiliteit op te vangen.
Nadien groeit de waarde zeer lokaal door de verdubbeling van de netkosten én de variatie van de netkosten in functie van lokale netbelasting.
De Belgische regelgever bereidt deze volgende stap actief voor. In de huidige tariefmethodologie 2025–2028 ligt het kader vast waarop de tariefstructuur voor 2029 verder zal bouwen: hogere netkosten én nettarieven die zullen variëren met de lokale netbelasting. Vanaf dan wordt elk kopstation op deze kaart een aparte markt, waar uw batterij of laadpaal direct geld waard wordt.
Wie nu posities inneemt — een batterij op een rood kopstation, een laadinfrastructuur die op de juiste uren laadt, een omvormer die actief stuurt — bouwt aan een dubbele inkomstenstroom: nationaal op de spotmarkt + lokaal op de netbelasting.
→ Tariefmethodologie 2025–2028 (BESL-2024-41) → Publieke consultatie tariefmethodologie (CONS-2024-02)